Mirka Farabegoli

Mirka Farebegoli werkte een jaar aan een serie tekeningen en etsen bij zowel Plaatsmaken als in Ierland. Ze reisde een paar keer heen en weer, en smeedde zo de verschillende culturen die haar werk bevolken bijeen. Naar aanleiding van dit project geeft zij een publicatie uit, die in de zomer van 2017 zal verschijnen. Ik heb de inleidende tekst voor het boek geschreven.

 

De zeewierman groet de ossenkop

 

Mirka Farabegoli (1983) studeerde in 2009 af aan ArtEZ, aan de afdeling Vrije Kunst in Arnhem. Kort daarna is zij een samenwerking gestart met Productiehuis Plaatsmaken. Ze werkt in onze ateliers en regelmatig wordt haar werk getoond in de galerie. Mirka is voor Plaatsmaken een exemplarisch voorbeeld van hoe wij graag zien dat kunstenaars met grafiek omgaan in deze snelle digitale tijd: het volledig naar je hand zetten van alle mogelijkheden en deze waar nodig dwars door elkaar heen gebruiken. Vrijelijk toepassen van vaardigheden en en passant nieuwe ontdekken, daar komt het op neer. Wilskracht ook, altijd maar doorgaan en open staan voor zijweggetjes langs de grote bospaden van de fantasie. Acht jaar later inmiddels is het waarschijnlijk een kwestie van tijd dat zij digitale media een definitieve plek zal toekennen in haar oeuvre. Een eerste aanzet is er al: in de gloednieuwe Toyobo etsen maakt zij gebruik van een digitale filter van ruis. Een bloemrijke verwijzing naar het verglijden van de tijd, naar de evolutie binnen haar beeldtaal. Hieronder een korte terugblik van waaruit we springen naar 2017, het jaar waarin de kunstenaar een serie nieuwe werken presenteert die hun aanleiding vonden in reizen naar Ierland.

De eerste kennismaking met de kunstenaar, bijna acht jaar geleden.

‘Ergens afgelopen winter bezocht ik Mirka Farabegoli in haar atelier annex antikraakpand hier vlakbij. Het was er koud en tochtig, en de muren stonden bol van het vocht. Eigenlijk waren alle omstandigheden negatief, en toch lag daar een map vol prachtige tekeningen. Tegen de muren die zo afwerend waren stonden nog meer werken. De energie in het werk trof mij, en ik wenste vurig dat deze warme spiritualiteit zou overslaan naar de dagelijkse werkelijkheid van de leefomstandigheden van de kunstenaar.’

Het werk van Mirka is een uitbundig feest en een daadkrachtige vermenging van bovennatuurlijke met gewone, banale zaken. Tijdens haar eindexamenjaar verbleef ze drie maanden in Spanje. Ze zei hier destijds over: ‘Dat was voor mij een heel bewuste keuze. Ik had altijd al een fascinatie voor de gekleurde uitbundigheid van de Spaanse cultuur. Ik wilde dat met eigen ogen zien en meemaken. Achteraf denk ik dat Spanje een brug was naar Zuid-Amerika, waar die cultuur nog veel kleuriger is.’ Daarna vertrok Mirka voor drie maanden naar Bolivia. Ze verbleef bij een vrijwilligersorganisatie en maakte met twee andere kunstenaars als vrijwilliger een muurschildering. Ook had ze er een atelier, maar veel heeft ze er niet gewerkt. ‘Ik ben er vooral heen gegaan om dingen te bekijken en in me op te nemen. Ik hoopte dat ik een compromis zou vinden tussen mijn eigen werk en wat er daar gebeurde. Wat je hier in Europa voornamelijk te zien krijgt van de Zuid-Amerikaanse cultuur heeft een hoog Kitsch Kitchen gehalte, of juist een heel verantwoorde National Geographic-achtige sfeer. Ik dacht altijd wel dat er ook een andere manier zou zijn om naar de cultuur te kijken. Ik heb bijvoorbeeld heel veel bewondering voor het feit dat ze daar het katholicisme volledig naar hun hand hebben gezet. Je hebt er de gebruiken, de heiligen, de feestdagen, maar wel verpakt in knalkleuren die je hier nooit zou aantreffen in combinatie met de kerk.’

Maar wat is het dan precies wat haar aanspreekt in de Spaanse, zo je wilt Zuidamerikaanse cultuur? ‘De mensen halen hun inspiratie voor bijvoorbeeld vieringen uit een wereld die niet echt bestaat, maar die wel heel belangrijk voor hen is. De rituelen fascineren me. Ze zijn een tussenvorm die een andere wereld aanduiden. Daar gaat mijn werk over, dingen die niet bestaan maar wel hun oorsprong in de werkelijkheid hebben, en de manier waarop mensen daar mee omgaan. De gedachte dat je iets zou kunnen veranderen aan je lot, door te aanbidden of te offeren. En, wat ik al eerder zei, de samensmelting tussen dat geloof en de traditionele kleurige cultuur. Die verhevigt de beleving van de gebeurtenissen. Die feestelijkheid brengt je echt in een andere wereld. ’ Farabegoli was getuige van de lange aanloop naar het jaarlijkse carnaval. In november begonnen de verschillende bevolkingsgroepen al te oefenen met hun eigen dans. ‘De mijnwerkers repeteren bijvoorbeeld de Diablada, de duivelsdans. In het donker houden ze rekening met de aanwezigheid van de duivel, en dat gevoel wordt dan omgezet in een dans. Soms werd er midden op straat gerepeteerd, heel intensief. Je merkt de grote waarde die de mensen hechten aan carnaval. Er ontstonden allerlei mini-carnavalletjes door de hele stad in de aanloop naar het grote feest. Het is als westerling onontkoombaar, overal zie je het gebeuren. Groepen met delen van hun kostuums aan, sommige zijn zo zwaar dat je die niet draagt als het niet perse nodig is. De mensen zijn heel open, vertellen graag. Je kunt je als vreemdeling prima bewegen tussen de bevolking zonder je ongemakkelijk te voelen. Bepaalde ideeën die ik had bleken wel te kloppen, maar er waren ook verrassingen. Die zaten voornamelijk in de gebruikte materialen van de kostuums en feest-attributen: plastic met hout, synthetische met lamawol. Die tegenstellingen vond ik interessant, dat twee zo verschillende materialen aan elkaar gelijkgesteld werden.’

Terug in Nederland begon vrijwel direct haar werkperiode in Diepenheim. Ze werkte daar aan grote tekeningen die in het kader van de AanZet kunstprijs in een solotentoonstelling te zien waren. Het was alsof een opgespaarde energie er in een razendsnel tempo uit moest op papier. Veelkleurige halfwezens paraderen rond in werelden die niet van hier zijn, en vermengen zich vaak letterlijk met hun omgeving. Hoe ziet ze zelf haar reis terug in het werk? ‘Je bent altijd onder invloed van wat je hebt gezien. Nu ik een tijdje terug ben komt Nederland weer terug in het werk. In ‘La Fusion’ bijvoorbeeld, zie je linksonder een kale boom. In Bolivia staan de bomen het jaar rond in bloei. Toen ik terug hier was, besefte ik dat die wisseling van de seizoenen heel Nederlands is. Je zult in Zuid Amerika nooit iemand in een carnavalspak naast een kale boom zien.’

Na de grote tekeningen was het tijd voor kleiner werk. Mirka werkte met tussenpozen intensief in de ateliers bij Plaatsmaken. Ze verheugde zich erg op het etsen, ‘Dat kon ik in Bolivia niet doen’. Het was een periode van bezinning na de uitbundigheid van het grote werk. De afwisseling in technieken vindt ze prettig. Ze verzint daar ook haar eigen verhaal in, zo moest er gezeefdrukt worden over de etsen heen. ‘Alles ontrolt zich nu heel vanzelfsprekend. Na de tekeningen de etsen, en de muurschildering is na Bolivia nieuw in mijn repertoire.’

Via email bleef ik tijdens de reis op de hoogte van de ontwikkelingen, ik had volop gedachten over hoe ze zou infiltreren bij mysterieuze indianenstammen en geheime recepten voor hallucinerende drankjes zou meebrengen naar Nederland. Dat alles viel nogal mee, maar de reis heeft haar wel doordrenkt met een cultuur waar ze haar hart voor open heeft gesteld. Het land met de kleurrijke culturele uitingen die nauw verband houden met religie en bijgeloof heeft grote invloed gehad op haar beeldtaal. De werken die ze bij terugkomst in Nederland maakte zijn van een verbluffende schoonheid, en tonen het belang van de reis voor haar werk onomstotelijk aan. Op haar eigen, onnavolgbare manier heeft ze de verhalen uit haar hoofd omgezet naar grafiek. Ze heeft zeefdrukken gemaakt van tekeningen die ze eerder maakte, en ook een serie nieuwe etsen, waar tot slot weer overheen gezeefdrukt is. Deze meerlagigheid staat synoniem voor de vele perspectieven in haar werk, en het gemak waarmee ze deze switcht. Er zijn maar weinig kunstenaars die eenzelfde, natuurlijke taal spreken die verhaalt van andere, parallelle werelden met halfwezens en robotten.

Het reizen blijft ook in de jaren na Bolivia een onontbeerlijke bron van energie en inspiratie voor Mirka. Ze gaat patronen zien, overeenkomsten in rituelen tussen op het oog zo verschillende culturen. Op Sardinië blijkt bijvoorbeeld dat het carnaval daar ook weer van vitaal belang is voor de duivelsuitdrijving, met kostuums die in de verte aan Bolivia doen denken. Met zware ossenkoppen en horens. De reis naar Ierland zorgt behalve voor veel sociale contacten die waardevol zijn voor de ontwikkeling van het werk, ook voor een nieuwe stroom plannen met andere media. Het landschap nodigde uit tot het maken van analoge foto’s, die zij in stereo presenteert. De mensen die ze ontmoette haalden een toneelregisseur in haar naar boven. Ze zette hen op een bankje, met lampenkappen op hun hoofd en vreemde kleren aan. Gereedschap ernaast als vanzelfsprekende verlenging van identiteit. Zeewier als masker, gehaakte kleedjes bedekken de ogen als een Gaelische niqaab. Zo pasten deze personages plots in een nieuwe, zelfbedachte legende die alles samenbrengt. De kleuren, de vermoedens van verhalen, de herinnering aan vroeger maar dan digitaal gereproduceerd volgens eigen scenario. De zeewierman groet de ossenkop.

 

© Inge Pollet, 2017