Kaleidoscope

Voor een tentoonstellingsreeks bij Plaatsmaken schreef ik deze korte tekst:

Kaleidoscope

Het begon met dit woord. Ik droeg het een tijdje mee onder mijn arm en in mijn hoofd. Ik zei de letters afzonderlijk hardop en besliste de voor mij beste spelling. Ik bedacht wat je allemaal tot onderwerp zou kunnen maken van een toverkijker. In theorie kun je natuurlijk elk thema op duizenden manieren opschudden en steeds weer nieuwe invalshoeken ontdekken. Op de één zal wat meer licht schijnen dan de ander. (..) Het woord bleek een grote aantrekkingskracht te hebben op meer mensen.

Zo was er een nagellak met die naam en de kleur daarvan laat zich niet omschrijven. Goud, groen, in ander licht plots paars. Een groothandel in cadeaupapier. Een fors aantal boeken.

Hoe dan ook: het was altijd iets met veel kleur en veel gezichten. Dat vroeg om natuur. Toch al een favoriet thema, en bovendien actueel in tijden van crisis.

Ik besloot daarop dat het woord een leidraad zou zijn in een volstrekt subjectieve rondgang langs verschillende kanten van de (menselijke) natuur. Wellicht was er een verband tussen de menselijke natuur en de natuur zelf.

 

Ik startte met het verzamelen van afbeeldingen die mij inspireerden om van het woord een tentoonstelling te maken. Het ging van de bloemen en hun mystieke betekenis bij de Vlaamse Primitieven tot aan grauwende wolven en paarse beekjes. Uilen die rechtsreeks in mijn ziel keken. Wegrottende stillevens van vergaand fruit. Exotische vogels met veren in steeds veranderende kleuren, al naar gelang het licht. De opgeroepen gemoedstoestanden varieerden logischerwijs eveneens. Van ingehouden woede, matheid, extatische vreugde en blinde passie naar melancholie, doffe ellende en grijs gevoel. De diverse aspecten van de menselijke natuur bleken zich moeiteloos te verenigen met afbeeldingen van de natuur ‘buiten’. De kunstwerken die ik erbij zag kwamen naar mate de tijd verstreek steeds helderder in beeld.

Enkele voorbeelden van gedachten die leidden tot keuzes in de tentoonstelling:

In het barre klimaat van de Himalaya zijn mens en dier onherroepelijk met elkaar verbonden in hun strijd tegen de elementen. De mens ontwikkelde hier een diep respect voor de natuur en alles wat leeft. De Boeddhisten gebruiken nog steeds dierfiguren om de overleden geesten te belichamen. Zo geven zij vorm aan de eeuwigdurende cirkel van leven en dood. Hebben dieren een ziel?

Philippe Claudel beschrijft in zijn boeken op meesterlijke wijze vaak mensen die zich op een nogal indringende manier door het leven en de gegeven, vaak ellendige, situaties slaan. Zoals bijvoorbeeld de hoofdpersoon uit Grijze Zielen, die treurt om het verlies van zijn geliefde. Met de titel raakt de schrijver aan de vraag die ik mezelf al jaren stel: Heeft een ziel een kleur?

En daarna: Kan die kleur veranderen in de tijd?

Veel van de oude schilderijen van eerder genoemde Vlaamse Primitieven beschrijven rituelen die de natuur (lees: het leven) op de een of andere manier proberen te bedwingen. Laat de natuur zich bedwingen?

Er wordt beweerd dat mensen in tijden van crisis eerder en heviger naar de natuur verlangen. Kwestie van basis= veilig. Geldt dat ook voor kunstenaars?

 Het mooie is, dat ik vanuit mijn toverkijker met al haar lichtjes en kleuren de deur van die volgende kamer al op een kier zag staan. Maar daarover later meer.

 

© Inge Pollet, 2013