Rozemarijn Westerink

Voor de nieuwe publicatie van Rozemarijn Westerink  met de titel ‘Cascade’ (helemaal gezeefdrukt bij Plaatsmaken, april 2020)  schreef ik de volgende tekst:

Duistere tuinen in aanzuigend zwart

In de tuinen van Rozemarijn Westerink loop je nooit alleen. Aan je linkerhand hangt de herinnering aan donkere bomen. Het is een wandeling op paden zonder einde, en steeds haken er nieuwe herinneringen aan je trui als ontspruitende takjes aan een kordate struik. Je loopt er licht en zwaar tegelijk. Overal waar je kijkt zijn schimmen, onder de bomen, in een kleur die eerst groen moet zijn geweest. Het is een vertrouwd beeld. Er zijn velden en bloemen die alleen nog stengel zijn en waarin je een hart vermoedt. Opeens sta je in de zwart wit gefotografeerde achtertuin die je op Funda voorbij zag komen. Er zijn schaduwen en geheime plekken om te schuilen. Alle takken zijn even precies getekend. De tuin leidt je door allerlei kamers van je hoofd. Het schemert er fluisterstil. Als je bij de struiken daar naar rechts gaat, is er een waterval. Stroomafwaarts roepen de schelpen om aanraking. Neem mij, bedenk mij opnieuw, herinner mij. Daarna zijn er kinderen die joelend in het water springen. Het jongetje heeft een aura van druppels om zijn hoofd. Waar zag je hem eerder?

Nu met je ogen dicht op de tast naar het water. Het stroomt, het valt, het gaat maar door. Er zijn zachte vormen met scherpe randen, half onder het oppervlak. Je raapt ze op, houdt ze vast. Spreidt ze uit op het laken van je taal, schildert ze met al je zinnen. Er hoort een kasteel met een ongelooflijke tuin bij, met wiebelige bruggetjes en oprispende waterstralen die je doen schrikken. In het gras liggen zwarte vlinders en nog meer schelpen. De vogels zijn stil. De avond is ver weg, tijd is alleen nog maar een vloeibaar idee. Je kunt niets anders dan hier zijn, dan je onderdompelen in deze comfortabele duisternis, die je zacht maar dwingend omsluit. Je sluit je ogen, kom maar, omarm mij, nacht.

Rozemarijn werkte bij Plaatsmaken aan een serie zeefdrukken, gebaseerd op de waterval van kasteel Rosendael. Die specifieke plek bezocht ze in haar leven een aantal keer; zowel denkbeeldig via verhalen als fysiek. Dit thema past naadloos bij haar eerdere reeks tekeningen van tuinen. Het vallende water intrigeerde haar zo, dat ze besloot op textiel te zeefdrukken om op die manier de beweging in het werk te krijgen. Het repeterende patroon van geabstraheerde schelpen wekt vervreemding op, maar ook een verlangen naar geborgenheid. Je kunt de waterval en daarmee de tijd die niet te vangen is, omslaan als een comfortabele doek. Op papier drukte zij ook deze patronen en eindigde met een transparante laag. Zo dringt het water zelfs op het zwarte vlak door.
Met deze nieuwe stap in haar werk heeft zij letterlijk haar universum uitgebreid, van de tuin naar het water, van het water naar een stromende bron.

 

Cascade, inkt op papier, Rozemarijn Westerink, 2019

 

© Inge Pollet en Rozemarijn Westerink, 2020